In een maatschappij waarin auditieve en visuele prikkels de "snelle" leefwereld van jongeren bepalen, beogen de muzieklessen een ervaringsgerichte oriëntatie op muziek en samenleving. De jeugdcultuur die vaak door externe, buitenschoolse en commerciële factoren wordt bepaald, vormt daarbij geen belevingspatroon waartegen de muzieklessen dienen in te gaan, maar een werkelijkheid die leerlingen op basis van een gedifferentieerd vocabularium, kritisch moeten leren benaderen.

Vanuit een bewuste beleving van de wereld van klank en muziek leren de leerlingen zich een plaats verwerven in de maatschappij, hetgeen leidt tot een innerlijke verrijking en de ontwikkeling van een evenwichtige persoonlijkheid. 

De muziekleerkracht coördineert het leerproces via diverse muzikale omgangsvormen:

  • vocaal musiceren: zingen, spreekteksten ...
  • instrumentaal musiceren: staafspellen, eigen (body percussion) en klein slagwerk, djembé’s, boomwhackers, keyboards ...
  • gericht luisteren naar muziek uit verschillende tijden, streken en stijlen; aangevuld met workshops en concerten zoals musiceren met cajons en boomwhackers, luisteren naar Herman en Rosita Dewit (volksmuziek) ...
  • individueel of in groep creëren (ontwerpen)
  • transformeren
  • reflecteren en communiceren

De laatste jaren is er veelvuldig onderzoek gedaan naar de invloed van muziek op het opvoedingsproces van kinderen en jongeren. De resultaten hiervan zijn een pleidooi voor een groter aandeel van muziek in onderwijs en opvoeding. We zijn er als muziekleerkrachten dus van overtuigd dat de muzieklessen in alle klassen van de eerste graad en in het tweede leerjaar van de tweede graad een zinvolle plaats innemen in het lessenrooster van de leerlingen.