In fysica gebruiken we de natuur als studieobject.  We nemen in het dagelijks leven continu natuurkundig verschijnselen waar.  We verzamelen gegevens over deze verschijnselen  en proberen hieruit een besluit te trekken. Waarom val je bijvoorbeeld naar beneden als je uit een vliegtuig springt?  Vaak moet, vooraleer we een besluit kunnen trekken, de waarneming door een proefneming aangevuld worden.  Kunnen we bijvoorbeeld de snelheid van een vallend voorwerp beïnvloeden door de luchtweerstand?  Proeven kunnen uitgevoerd worden door de leerkracht, maar je zal ook zelf aan de slag moeten gaan tijdens practica. Dit zijn momenten om wetenschappelijke theorieën te verduidelijken of zelf af te leiden. Het spreekt vanzelf dat je hierdoor een goed inzicht zal krijgen in de wijze waarop de natuur zich gedraagt en hopelijk ga je het vak fysica hierdoor ook boeiend en fascinerend vinden.

3e jaar

In het 3de jaar gaan we een groot deel van de tijd aan de slag met licht. Je zal zelf proefondervindelijk moeten zoeken wat er met het licht gebeurt als het op een spiegel, een lens, een bakje water, een prisma… terechtkomt. Het tweede belangrijk onderwerp handelt over snelheid en beweging. In het derde jaar staat ook de studie van de krachten op het programma. Je maakt kennis met de zwaartekracht en de veerkracht. We sluiten af met een onderzoek van de materie waarbij we vooral de studie van massadichtheid en temperatuur nader bekijken.

4e jaar

In het 4de jaar leer je de betekenis van arbeid en vermogen, want in de fysica heeft arbeid niet de betekenis van geld verdienen of hard werken.  Verschillende energievormen komen ook aan bod.  Als er in het jaar 2050 geen fossiele brandstoffen meer beschikbaar zijn, welke andere energiebronnen zullen we dan aanspreken?  Met de duikfysica plonzen we dan in de wonderbaarlijke wereld van de diepzee: we maken kennis met begrippen als hydrostatische druk, atmosferische druk en de gaswetten . Duiken is niet zonder gevaar! Met het hoofdstuk over de warmteleer sluiten we het 4de jaar heel hartverwarmend af!

5e jaar

In het vijfde jaar behandelen we 3 grote thema's: elektriciteit, magnetisme en kernfysica.

De eerste weken onderzoeken we aan de hand van proefjes wat elektrische lading precies is. Als we dit onder de knie hebben gaan we op zoek naar wiskundige methodes en formules die het gedrag van deze elektrische ladingen beschrijven.  

Daarna maken we de overgang van het begrip " elektrische lading" naar het begrip "elektriciteit". We leren, door een combinatie van practica en proefjes, wat elektrische stroom en spanning precies zijn. Daarna bestuderen we enkele dagdagelijkse toepassingen van elektrictiteit, gaande van een waterkoker tot een zekeringenkast.

Het tweede deel start met enkele experimenten met magneetjes. We leren hoe we met elektrische stroom zelf magneten kunnen maken, vervolgens zoeken we uit hoe we het omgekeerde kunnen doen: elektrische stroom maken met behulp van magneten. De leerstof wordt hier weer aangebracht met veel demonstratieproeven. Na het experimentele werk onderzoeken we ook hoe we de magnetische verschijnselen wiskundig kunnen modelleren. 

In het derde deel, de kernfysica, gaan we naar de diepste geheimen van de materie: de atomen en atoomkernen. We leren waaruit atomen bestaan en leggen uit hoe kernenergie wordt opgewekt. De welbekende formule van Einstein  E = mc2 wordt hier duidelijk! Ook de maatschappelijke problemen in verband met de kernenergie worden niet uit de weg gegaan.

6e jaar

In het zesde jaar maken we in het vak fysica kennis met de wondere wereld van de mechanica of bewegingsleer.

In een eerste deel bestuderen we de kinematica. Dit is de wiskundige benadering van bewegingen: de eenparige rechtlijnige beweging, de versnelde en vertraagde bewegingen, de vrije val, de verticale en horizontale worp en tenslotte de eenparige cirkelbeweging. 

De studie hiervan is experimenteel. In het eerste semester zijn er een aantal practica: eenparig rechtlijnige beweging, eenparig versnelde beweging, vrije valbeweging, de studie van de horizontale worp. Als er nog tijd is, gaan we werkelijk de remafstand van een fiets meten en het verband met de beginsnelheid onderzoeken. 

De practica dienen vooral om onderzoekscompetenties aan te leren. De onderzoeksopdrachten worden in groepjes van maximaal drie leerlingen uitgevoerd. Er wordt veel belang gehecht aan een degelijke verslaggeving. De verslagen worden gemaakt in WORD en EXCEL.

In een tweede deel staat de dynamica of krachtenleer op het programma. Drie eenvoudige wetten van Newton worden aangebracht en uitgebreid geïllustreerd. Iets moeilijker wordt het wanneer de drie wetten tezelfdertijd toegepast worden. De wetten van Newton uit de 17de eeuw maken het ons nu mogelijk om te reizen in de ruimte. Er wordt bestudeerd hoe de beweging van de zon en de planeten aan die eenvoudige maar geniale wetten gehoorzamen. We geven ook antwoord op vragen als: wat is gewichtloosheid; een appel valt, de maan ook, maar waarom valt de maan niet op ons hoofd; welke snelheid moet een satelliet hebben om in een baan om de aarde te blijven?

Een derde en laatste deel gaat over harmonische beweging. Enkele harmonische bewegingen worden gedemonstreerd. Voor een goed begrip kunnen we niet zonder een wiskundige beschrijving van deze harmonische beweging. Als voornaamste toepassing behandelen we de geluidsleer met o.a. waarom en hoe we ons moeten beschermen tegen overmatige geluidsniveaus.

In de loop van het tweede semester werken de leerlingen aan een open onderzoeksopdracht. Het onderwerp wordt bij voorkeur door de leerlingen zelf gekozen. Hier moet voldaan worden aan een eindterm: geheel zelfstandig een wetenschappelijke onderzoeksopdracht kunnen uitvoeren.