Het wonder van het leven, van de allereenvoudigste amoebe tot het complexe genie van de mens; daarover gaat biologie.

Reeds in de eerste graad in het vak NATUURWETENSCHAPPEN wordt duidelijk gemaakt wat nu het onderscheid is tussen levende en dode materie. Dat je voor de opbouw van een levend organisme niet-levende bouwstoffen nodig hebt is duidelijk,  maar dat die dode stoffen plots tot leven komen in een worm, een vogel of een konijn, dat is toch wel een wonder. 

Vanaf het derde jaar wordt BIOLOGIE een apart vak en daar leer je hoe je als mens ontvankelijk bent voor prikkels en signalen in je omgeving. Hoe je daarop reageert, hoe je daardoor gaat bewegen en hoe hormonen en het zenuwstelsel dat alles controleren.

In het vierde jaar trek je op terreinstudie en leer je orde te scheppen in de diversiteit aan levensvormen. Alle levende organismen worden keurig in hun rijk geclassificeerd. Maar op een terrein, binnen een biotoop ontstaan allerlei interacties en relaties tussen de verschillende organismen onderling en hun milieu. Het evenwicht binnen en de duurzame zorg voor het milieu en een bestaand ecosysteem krijgen ruime aandacht.

In het vijfde jaar hanteer je de microscoop om tot een beeld te komen van de eenvoud en complexiteit van de bouwsteen van alle leven: de cel. Het plaatje is compleet als je daarna inziet dat alles samenkomt in weefsels, organen en verschillende stelsels waardoor wij als mens kunnen functioneren en op een gepaste manier aan stofwisseling kunnen doen.

In het zesde jaar krijgen de “grote” onderwerpen zoals voortplanting, erfelijkheid en biotechnologie, maar ook de evolutie de nodige aandacht. Onderwerpen die duidelijk maken dat de mens steeds meer zelf “aan het wonder van het leven” wil en kan sleutelen.

Vanaf het eerste tot het zesde jaar worden duidelijke didactische principes gehanteerd, eigen aan de natuurwetenschappelijke methode. Via experimenten worden vaardigheden en attitudes van de leerling-onderzoeker aangescherpt. Verwondering en vraagstelling, hypothese en theorie vormen de ingrediënten van een duidelijke leerlijn, waarbij de leerling groeit in zelfstandigheid en zelfevaluatie. Simulaties, animaties en interactieve oefeningen, digitale presentaties en uniek beeldmateriaal verduidelijken de soms ingewikkelde levensprocessen. De relevantie van de biologie wordt verduidelijkt met voorbeelden uit de leefwereld van de leerling of contextuele teksten. De link tussen de leerstof en de evolutie van ons milieu, onze technologische mogelijkheden, ons dagelijks leven krijgt in een aantal uitgediepte biosociale thema’s een actuele invulling.

Samen met de andere wetenschapsvakken kan biologie iedere leerling boeien en vormt het vak een ideale opstap naar verdere studies in wetenschappelijke, medische of paramedische richtingen.

Amoebe

Van alle dieren
de gelede, de potige,
de insecten, de mieren - 
heb ik het liefst
de vormeloze
de weke - 
eencellig,
oneindig,
veelvormig.

Eenvoud in hun liefde
die wiskunde lijkt: 
delen door twee
is gelijk aan voortplanten,
is vermenigvuldigen.
Zo wil ik ook wel wiskunde.
Zo wil ik ook
de liefde.

L. De Block