Een persoonlijk handelingsplan voor leerlingen met dyscalculie

Als sommige rekenoefeningen telkens opnieuw heel moeilijk te maken zijn,
als men op school steeds te snel gaat bij een rekentoets,
als een leerling niet graag rekenoefeningen aan bord maakt,
en als lezen en schrijven veel leuker en gemakkelijker zijn dan rekenen,
dan is dyscalculie mogelijks de verklaring.


Dyscalculie is een leerstoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van reken- en telhandelingen.
Om van dyscalculie of van een rekenstoornis te kunnen spreken moet voldaan worden aan vier criteria:

  • Criterium van de achterstand (discrepantiecriterium):
    De rekenvaardigheid ligt significant lager dan men in gegeven omstandigheid zou verwachten (gezien prestaties op andere vakken, gezien gegeven onderwijs,…)
  • Hardnekkigheidcriterium:
    Adequate remediëring en inoefening hebben niet het beoogde effect; ondanks de inspanningen van leerling, leerkracht of andere actoren blijft de achterstand bestaan. Er moet minstens 6 maanden intensieve begeleiding geweest zijn om dit criterium correct te beoordelen.
  • Exclusiecriterium:
    De stoornis is niet te verklaren door andere kindkenmerken, kenmerken van de onderwijscontext of gezinscontext.
  • Geen momentopname:
    Het beeld van onderpresteren moet bij herhaling voorvallen.

6 tot 7% van de kinderen krijgt de diagnose dyscalculie. Deze kan gekoppeld voorkomen met een andere leer- en/of ontwikkelingsstoornis.

De oorzaak van dyscalculie lijkt te liggen in een stoornis in de hersenprocessen die instaan voor het rekenen. Er zijn aanwijzinngen dat het een aangeboren erfelijke stoornis is, met een neurologische achtergrond. Het heeft dus niets te maken met intelligentie, motivatie of een gebrek aan concentratie.
Indien de rekenproblemen hieraan wel gekoppeld worden, spreekt men niet van een rekenstoornis, maar van een rekenmoeilijkheid, het rekenprobleem is dan een gevolg (secundair) van een ander probleem.

Bij de inschrijving op onze school wordt gevraagd te melden als uw kind dyscalculie heeft en het attest van de neuroloog of de logopedist in te dienen. Bij het begin van het schooljaar vindt een intakegesprek plaats tussen uw kind en de interne zorgbegeleider. Wie instapt in de wekelijkse steunlessen op school of wie logo volgt buiten de school krijgt een persoonlijk handelingsplan. Hierin staan specifieke compenserende en dispenserende maatregelen waar uw kind gebruik kan van maken tijdens de wiskundeles alsook tijdens aanverwante vakken (aardrijkskunde, wetenschappelijk werk, fysica…). Zo mogen de leerlingen bijvoorbeeld soms het rekentoestel gebruiken terwijl medeleerlingen hoofd- en cijferrekenen. Ook krijgen de leerlingen de kans om examens mondeling toe te lichten indien ze dat wensen.

Als je door de letters het woord niet meer ziet…

Een zorgzame school bekommert zich om de totale leerling en wil iedereen voldoende kansen bieden om zich ten volle te ontwikkelen. Zorg, preventie en algemene ondersteuning op school is er voor de leerling met speciale behoeften, maar natuurlijk ook voor elke andere leerling. Een probleem dat de laatste jaren meer en meer onder de aandacht is gekomen, is dyslexie.

Dyslexie is een leerstoornis die verhindert dat het lezen van woorden, en vaak ook het foutloos schrijven ervan, een automatisme wordt. Dit heeft voor de leerling zware gevolgen in onze ‘talige’ maatschappij. Men wordt immers dagelijks geconfronteerd met geschreven tekst. In het onderwijs merken we dat leerlingen op twee fronten hinder ondervinden van deze leerstoornis. In eerste instantie kost het hen meer tijd om leerstof te lezen, in zich op te nemen en daarna opnieuw te vertalen naar geschreven tekst. Leerlingen met dyslexie moeten zich voor alle vakken, niet enkel voor taalvakken, onevenredig hard inzetten wanneer vergeleken wordt met even intelligente klasgenoten. Hierdoor kiezen deze leerlingen vaak een onderwijsniveau dat lager is dan wat ze op grond van hun intelligentie aankunnen.

Daarnaast bezorgt dyslexie leerlingen ook sociale hinder. Het schaamtegevoel rond hun probleem is vaak zeer hoog. Aangezien dyslexie een vrij ‘onzichtbaar’ probleem is, gaan anderen hen gemakkelijk aanzien als lui, wat helemaal het geval niet is. Ook het gevoel van eigenwaarde wordt bij leerlingen met dyslexie vaak aangetast. Het is enorm frustrerend voor hen dat zij enorm veel energie moeten steken in zaken die bij klasgenoten bijna vanzelf gaan.

Bij de inschrijving op onze school wordt gevraagd te melden of uw kind dyslectisch is en een attest van de neuroloog of de logopedist in te dienen. Alle eerstejaars leggen een signaliseringsdictee af om eventuele spellingzwakke leerlingen te detecteren. De leerlingen met een zwakke score en de leerlingen die een attest indienden, krijgen na een gesprek de kans om de remediëringslessen te volgen. Wie instapt in de lessen krijgt een persoonlijk handelingsplan of een ‘afsprakennota spellingzwakte’ waarin enkele compenserende en dispenserende maatregelen zijn opgenomen. Zo mogen de leerlingen het stappenplan dat zij aanleerden in die lessen, gebruiken bij toetsen, dictees en examens. Ook krijgen de dyslectische leerlingen de kans om examens mondeling toe te lichten indien zij dat wensen.

Voor de eerstejaars worden er steunlessen georganiseerd voor wiskunde, Latijn, Frans en Nederlands om gedeeltelijke leerachterstanden te vermijden..

Ook als je enige tijd ziek geweest bent of je een deel van de leerstof niet begrepen hebt, is het beter een remediëringsles te volgen. De vakleerkrachten bepalen of je best eens langskomt. Ze brengen jou en je ouders op de hoogte via de agenda. Afhankelijk van het vak vinden de lessen plaats op maandag, dinsdag of donderdag, iedere keer van 16.05 tot 16.50 uur.
 

Leerlingen in het ASO met een handicap kunnen worden geïntegreerd in het gewoon onderwijs. Ze krijgen dus niet apart les in het BuSO. Het begeleidingscentrum van het BuSO en het CLB helpen de school wel om de specifieke aanpak te ondersteunen.

Vóór een inschrijving is er steeds een gesprek tussen ouders, GON-begeleiding en directie om de poblematiek te kunnen kaderen en begrijpen. Bij definitieve inschrijving zal de klassenraad bij het begin van elk schooljaar geïnformeerd worden door bovenstaande instanties over de problemen van de leerling. Na overleg neemt de klassenraad begeleidende maatregelen.

Dat kunnen compenserende maatregelen zijn, waarbij onderwijssituaties vereenvoudigd, aangepast of vervangen worden. Wanneer leerlingen vrijgesteld worden van sommige situaties en intussen begeleiding krijgen van de BuSo-begeleider spreken we van dispenserende maatregelen.

Het team Leerlingenbegeleiding (TLB) komt wekelijks (1° graad) of tweewekelijks (2°-3° graad) samen rond zorg voor leerlingen. Het team bestaat uit een directielid, een medewerker van het CLB, een leerkracht en een personeelslid van het leerlingensecretariaat. Zij zorgen voor de opvolging van leerlingen aangemeld met leer- of gedragsproblemen en van leerlingen met emotionele en/of medische problemen. De klasleraar ontvangt de nodige feedback.

Het TLB heeft een eigen lokaal tegenover het leerlingensecretariaat en naast de ziekenkamer. Gesprekken tussen leden van het team en een leerling kunnen daar gehouden worden. Het lokaal kan ook door elke andere leraar gebruikt worden die een leerling of een ouder vertrouwelijk wil spreken. 

knop dossierhOp 1 september 2019 startte de modernisering van het secundair onderwijs. Hierop waren we reeds goed voorbereid. In ons boeiend aanbod is er ruimte voor de drie kernwoorden van de modernisering: verkennen, versterken en verdiepen.

 

Inhoud

Tijdslijn
Eerste leerjaar A
Tweede leerjaar A
Drie assen van verdieping
 
1920 modernisering eerste graad cover 01

 

Tijdslijn

Op 1 september 2017 kozen we vastberaden voor een vernieuwd aanbod in het eerste jaar. Naast een pakket algemene vorming kozen we voor een schooleigen invulling met drie keuzegedeeltes: taal & media, Latijn en wetenschap. We boden voor het eerst versterkings- en verdiepingsuren aan voor Frans en wiskunde. In elk keuzegedeelte is er ruimte voor verkennen, versterken en verdiepen. Dit is volledig in de geest van de aankomende modernisering.

Op 1 september 2018 voerden we ook versterkings- en verdiepingsuren in voor Frans en wiskunde in het tweede jaar.

Op 1 september 2019 startte de modernisering van het secundair onderwijs in het eerste jaar. Hierop waren we reeds goed voorbereid. De contouren voor de lestijden differentiatie lagen sinds twee jaar vast. Door vroeg genoeg ons aanbod te vernieuwen, deden we al veel ervaring op.

Op 1 september 2020 ging de modernisering van het secundair onderwijs verder in het tweede jaar. We stemden ons aanbod af op de vernieuwde basisopties moderne talen en wetenschappen en klassieke talen.

Terug naar boven

 

1920 modernisering eerste graad cover 02

 

Eerste leerjaar A

lessentabel tweede jaar

 

Het eerste leerjaar A bestaat uit 27 lestijden algemene vorming en 5 lestijden differentie.

In het eerste jaar kiezen de leerlingen uit drie keuzegedeeltes: taal & media, Latijn en wetenschap. In elk keuzegedeelte is er ruimte voor verkennen, versterken en verdiepen. We raden de leerlingen aan om te kiezen vanuit zijn/haar interesses en talenten.

Ontdek de keuzegedeeltes via drie filmpjes

Daarnaast kiezen de leerlingen in de keuzegedeeltes taal & media en wetenschap voor 1 lestijd versterking of verdieping Frans en 1 lestijd versterking of verdieping wiskunde. In het uur versterking worden de leerlingen versterkt met herhalingsoefeningen en -opdrachten. De leerlingen krijgen extra uitleg bij de leerstof. In het uur verdieping wordt de leerstof verdiept met uitdagende oefeningen en opdrachten.

Tenslotte krijgen alle leerlingen 1 lestijd computerwetenschappen waarin ICT-vaardigheden worden aangeleerd en ingeoefend.

Wat is er nieuw in de lestijden algemene vorming?

  • De leerlingen krijgen het nieuwe vak mens & samenleving: 1 lestijd in het eerste jaar en 1 lestijd in het tweede jaar. Inhoudelijk is het een integratie van de vormingscomponenten sociale, maatschappelijke en economische vorming.
  • De leerlingen krijgen Engels vanaf het eerste jaar.
  • Twee vakken krijgen een nieuwe naam: plastisch opvoeding wordt beeld en muzikale opvoeding wordt muziek.

Terug naar boven

 

1920 modernisering eerste graad cover 03

 

Tweede leerjaar A

lessentabel eerste jaar  

Het tweede leerjaar A bestaat uit 25 lestijden algemene vorming, 5 lestijden basisoptie en 2 lestijden differentiatie.

In het tweede jaar kiezen de leerlingen een basisoptie. Op onze school richten we twee basisopties in: moderne talen en wetenschappen en klassieke talen. Binnen de basisopties bieden we ook enkele keuzes. Dit is in lijn met het eerste jaar. De leerling kiest opnieuw een deel van zijn/haar leerprogramma.

In het tweede jaar kiezen de leerlingen uit:

  • basisoptie moderne talen en wetenschappen: taal & media
  • basisoptie moderne talen en wetenschappen: wetenschap
  • basisoptie klassieke talen: Latijn
  • basisoptie klassieke talen: Grieks en Latijn

Moderne talen en wetenschappen

De basisoptie moderne talen en wetenschappen bestaat uit 2 lestijden moderne talen, 2 lestijden wetenschappen en 1 lestijd keuze taal & media of keuze wetenschap.

In het vak moderne talen worden de leerlingen niet enkel vaardiger in verschillende talen, ze onderzoeken ook verbanden tussen talen en taalvariëteiten. De leerlingen genieten van taal en literatuur en gaan er creatief mee aan de slag. De talen Frans en Nederlands staan centraal.

In het vak wetenschappen worden de leerlingen vaardiger in onderzoekend leren. Ze voeren onderzoeken en experimenten uit in biologie, chemie en fysica. De leerlingen proeven van wetenschappelijke principes en toepassingen uit het dagelijkse leven. Verwondering, kritische zin en creativiteit komen sterk aan bod.

Het vak keuze taal & media of keuze wetenschap kennen de leerlingen uit het eerste jaar. De leerlingen kiezen via dit keuzevak welk aspect van de basisoptie ze verder willen verkennen, in welk aspect ze zich verder willen verdiepen: moderne talen of wetenschappen.

Daarnaast kiezen de leerlingen in de basisoptie moderne talen en wetenschappen voor 1 lestijd versterking of verdieping Frans en 1 lestijd versterking of verdieping wiskunde. In het uur versterking worden de leerlingen versterkt met herhalingsoefeningen en -opdrachten. De leerlingen krijgen extra uitleg bij de leerstof. In het uur verdieping wordt de leerstof verdiept met uitdagende oefeningen en opdrachten.

Klassieke talen

De basisoptie klassieke talen met Latijn bestaat uit 5 lestijden Latijn.

Daarnaast krijgen de leerlingen in de basisoptie klassieke talen met Latijn twee lestijden ST’ART (Science, Technology & ART). De leerlingen doorlopen in dit vak drie modules van ongeveer 8 weken: kunst & wetenschap, kunst & techniek en kunstbeschouwing in het Engels. In elke module maken de leerlingen kennis met kunst via een andere invalshoek. De module kunstbeschouwing in het Engels is tevens een CLIL-project (Content and Language Integrated Learning).

De basisoptie klassieke talen met Grieks en Latijn bestaat uit 4 lestijden Latijn en 3 lestijden Grieks.

Terug naar boven

 

1920 modernisering eerste graad cover 04

 

Drie assen van verdieping

drie assen van verdieping

 

Als theoretische basis voor de versterkings- en verdiepingsuren gebruiken we de drie assen van verdieping. Verdiepen betekent dat de leerling meer autonomie krijgt tijdens het leren en dat de oefeningen en leeropdrachten complexer en abstracter zijn. Leerlingen die versterking volgen, krijgen meer begeleiding bij het oplossen van concretere en eenvoudigere oefeningen.

Terug naar boven

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Lees andere dossiers in DossierH

 

Zorgzame school

Onder zorg verstaan we alle initiatieven die het welbevinden van alle schoolbetrokkenen verhogen en waardoor leerlingen zich ten volle kunnen ontwikkelen. Deze zorg voor leerlingen vertrekt vanuit ons christelijk opvoedingsproject en zit verweven in de hele schoolstructuur. Een zorgzame school bekommert zich om de totale leerling. Ze biedt intellectuele vorming, maar heeft ook aandacht voor sociale en morele vaardigheden. Zorg op school betreft elke leerling, de leerling met specifieke behoeften, maar ook preventie en algemene ondersteuning voor elke andere leerling. Zo voelt iedereen zich goed op school.

Wat dit concreet kan betekenen, maken we duidelijk in ons schoolreglement. In het bijzonder in deel II, punt 3.4 (leerlingenbegeleiding) en 3.5 (begeleiding bij je studies). Meer uitleg over VCLB vindt u in deel III, punt 1.5.

 

knop dossierhVorig schooljaar brachten klimaatbetogingen klimaat en milieu opnieuw bovenaan op de agenda. Informeren blijft het belangrijkste actiepunt van onze klimaat- en milieuraad (AHA-project). Want de problematiek begrijpen is een noodzakelijke eerste stap in het ondernemen van actie. Ondertussen zit onze klimaat- en milieuraad niet stil. Leerlingen, leraars en directie werken rond vijf thema’s: mobiliteit, speelplaats, afval en duurzaam materiaalgebruik, voeding en gebouwen.

 

Inhoud

Terug in de tijd
Schooljaar 2018-2019
Schooljaar 2019-2020
Klimaat- en milieuraad

 

dossier 14 09

 

Terug in de tijd

2010-2011: 5LWE en leraar aardrijkskunde Koen Meirlaen nemen deel aan Polar Quest en winnen die wedstrijd. De leerlingen ontvangen elk 250 euro aan kampeermateriaal en Koen Meirlaen mag  naar de Zuidpool. 

2011-2012: uitrolling AHA-project: Koen Meirlaen vertrekt op 15 december naar de Zuidpool en blijft daar tot en met 24 februari 2012. Vanuit de prinses Elisabethbasis vertaalt hij projecten naar een schoolse context (www.ahaproject.be) en hij doet een oproep tot AHA-wedstrijd: bedenk of ontwerp met je school, met je klas of individueel een concept/toestel/idee dat de ecologische voetafdruk van jouw school kan terugdringen. 

Op school zijn er voordrachten voor elke jaarschijf. Bij terugkeer is er een reisverhalenavond; er is een klimaatdebat met politici in De Rekkelinge en er is een slothappening op 25 mei met de bekendmaking van de finalisten AHA-bedenkerswedstrijd.

Acht engagementen blijven de aandacht voor klimaat en milieu levend houden.

Terug naar boven

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Schooljaar 2018-2019

Klimaatbetogingen brengen klimaat en milieu opnieuw bovenaan op de agenda. 

De school blijft inzetten op het verstrekken van informatie. 
Er is de website AHA (www.ahaproject.be). Er is een voordracht door Jolien Goossens over de draagkracht van de aarde: de oceanen en dit voor vierdes, vijfdes en zesdes. Op school wordt voor leerlingen en ouders de voordracht ‘Klimaatopwarming en Antarctica’ aangeboden. Een afgeladen vol auditorium toont dat de jongeren heel wat mensen hebben wakker geschud. 

Geïnteresseerde leerlingen en leraars verzamelen zich rond bepaalde aspecten uit de klimaat- en milieuproblematiek. Twee leraars wonen het klimaatcongres aan de VUB bij en leerlingen, leraars en directie zijn aanwezig op het klimaatcongres in Oostende op 3 mei.

Terug naar boven

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Schooljaar 2019-2020

Informeren blijft het belangrijkste actiepunt van onze klimaat- en milieuraad. Want de klimaat- en milieuproblematiek begrijpen is een noodzakelijke eerste stap in het ondernemen van actie.

Op vrijdag 13 september brengen we Pieter Boussemaere naar de school. In zijn voordracht ‘Tien klimaatacties die werken’ vertrekt hij van de naakte feiten. Vrij van ideologisch of politiek getouwtrek krijgen we tien persoonlijke acties die wetenschappelijk onderbouwd zijn en echt werken. Wij mogen ruim 150 toehoorders verwelkomen, ouders, leerlingen en oud-leerlingen, leraars, sympathisanten.

Nog diezelfde maand lanceert Koen Meirlaen het klimaatproject ‘Oceans are rising, so get informed’ in het Museum van Deinze en de Leiestreek. In Knack geeft hij meer duiding: ‘Om de klimaatuitdaging het hoofd te bieden, is voldoende kennis bij de gemiddelde burger een absolute noodzaak. Ondanks alle aandacht in de media, gaapt er nog steeds een gigantische kenniskloof tussen de klimaatwetenschappers en het brede publiek. Met de nieuwe overzichtssite www.sogetinformed.com willen we het voor iedereen gemakkelijker maken om feit en fictie van elkaar te onderscheiden in het klimaatdebat. Nog belangrijker is dat het platform zeer concrete acties en oplossingen presenteert en burgers toelaat elkaar te inspireren. Een bijbehorende eyecatcher -een rode zeespiegelstijging- die je op school of op kantoor makkelijk kan aanbrengen triggert de voorbijganger om zich te informeren.’

Kort nadien brengen we ook op school de ‘rode lijn’, symbool voor de stijgende zeespiegel op +2 meter aan, vanop de speelplaats tot op de voorgevel school, samen met een korte duiding en verwijzing naar de webpagina sogetinformed.com. Intussen wordt de actie mee uitgedragen door de Universiteit Gent, de VUB en Gentse hogescholen

In januari is dhr Patrick Doyen te gast op onze school voor een voordracht voor zesdes. Patrick Doyen was vroeger marketingdirecteur bij coca-cola en nu wil hij ons aan het kraantjeswater krijgen om zo een halt toe te roepen aan de drankverpakkingen. Hij toont aan de leerlingen dat de oplossingen om het aantal transportkilometers, de gebruikte energie en de berg afval te verminderen eigenlijk heel eenvoudig zijn. (https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/eva-ontmoet/2019/eva-ontmoet-s2019-eva-ontmoet-patrick/)

Terug naar boven

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Klimaat- en milieuraad

Ondertussen zit onze klimaat- en milieuraad (AHA-project) niet stil. Leerlingen, leraars en directie werken rond vijf thema’s: mobiliteit, speelplaats, afval en duurzaam materiaalgebruik, voeding en gebouwen.

Tijdens de 'Week van de mobiliteit' verspreidt de werkgroep mobiliteit infoposters over de school om leerkrachten en leerlingen te informeren over de uitdagingen rond mobiliteit. Ons duurzaam verplaatsen (te voet, met de (elektrische) fiets, met de elektrische wagen of met het openbaar vervoer) is immers één van de meest efficiënte klimaatmaatregelen die je als individu kan nemen, het vermindert het fileprobleem en ieders gezondheid vaart er wel bij.

De slogan 'Burn fat, not oil' zet twee van die voordelen in de verf. Op de Car Free Day komt 70 % van vijfdejaars met de fiets naar school en daarmee winnen ze de uitdaging vóór alle andere jaarschijven. De fietsende vijfdejaars mogen als beloning hun brandstoftankje aanvullen met een gesuikerde donut. (geen nood: wie een half uur fietst verbruikt tussen de 150 en 350 calorieën)

Minder wagens betekent ook dat we minder openbare ruimte nodig hebben om die wagens te laten stilstaan. Onze parking wordt over de middag omgetoverd tot go-cartparcours tot groot jolijt van zowat alle leerlingen. Tegelijkertijd zetten we ook in op verkeersveiligheid: alle fietsers krijgen spaakreflectoren en de politie komt langs om fietsen te labelen en zo te beschermen tegen diefstal.

De werkgroep speelplaats gaat voor meer groen op de speelplaats. Groene planten in bloembakken, een haag rond een aantal zitbanken, verplaatsbare boombakken op de speelplaats vormen een eerste  project. In de herfstvakantie werd er een en ander gerealiseerd. 

Naast een aangenamere omgeving om in de pauzes te vertoeven, willen we met dit extra groen ook een brede link met klimaat benadrukken. De schaduw van boomkruinen is immers maar een klein aspect waarom bomen als een natuurlijke airco werken. Er komt daarom nog een infobord waarin het belang van bomen in een toekomst met meer extreme hitte en droge periodes wordt verduidelijkt. Meer info kan je alvast hier vinden. (https://sogetinformed.com/nl/information/bossen-zijn-koeler-dan-je-denkt)

Ons doel om van de speelplaats een echt groene plek te maken is hiermee zeker niet bereikt. Daarvoor is de verhouding grijs/groen nog veel te groot. De uitdaging om ook grotere, verharde stukken opnieuw aan te leggen, vormt het volgende belangrijkste agendapunt.

De werkgroep afval en duurzaam materiaalgebruik zet volop in op het promoten van kraantjeswater om zo de hoeveelheid petflessen op school aan banden te leggen. We maken duidelijk hoeveel petflessen op school verbruikt worden door ze één week lang te verzamelen in een kooi. De week daarop huldigen we een tweede waterdispenser op school in, eentje in de Magrittezaal, naast de vier tapkraantjes op de speelplaats en de dispenser in de eetzaal. En de hele week lang bieden we een herbruikbare fles met logo van de school te koop aan. De fles kost vijf euro, maar een leerling die zich een herbruikbare fles wil aanschaffen, betaalt slechts twee euro.  De leerlingenraad, de ouderraad en de school leggen immers elk een euro bij. Bij aankoop krijgt de leerling meteen ook inspiratie en de kans om zijn of haar fles te personaliseren of te pimpen. We verkopen 507 flessen en alle leraars krijgen er eentje cadeau op de dag van de leraar. 

De werkgroep voeding lanceert een nieuw voorstel. Sinds vorig schooljaar bieden we personeelsleden de kans om na het middagmaal de resten groenten tegen zeer voordelig tarief aan te kopen, waardoor de hoeveelheid verspild voedsel aanzienlijk is afgenomen. Dit schooljaar ligt de focus op vlees. We merken dat voor sommige leerlingen de aangeboden portie wat te groot is. Daarom wil Scolarest, de firma die onze maaltijden verzorgt,  de leerlingen ook de kans geven om op bepaalde dagen een halve portie vlees te nemen. Uiteraard zal het in de aanvangsfase wat zoeken zijn naar het juiste evenwicht tussen vraag en aanbod, maar we maken ons sterk dat dit een aanzet kan zijn tot minder verspilling. Bovendien kunnen de leerlingen zoals steeds zich naar believen bedienen van groenten. Meer info over vlees – veggie – vegan via https://sogetinformed.com/nl/information/vlees-veggie-vegan.
De prijs die wordt aangerekend aan de leerling zal dezelfde blijven, maar Scolarest doet per aangekochte maaltijd met halve portie vlees een bijdrage die wij als school kunnen besteden aan een van onze groene projecten. Heel concreet wordt de vergroening van de speelplaats met deze centen gefinancierd.

De werkgroep gebouwen komt weldra samen. Maar stil zitten we niet. In een laatste fase worden in november alle ramen Leieoever vervangen door dubbel glas. We blijven zoeken naar het inzetten van meer zonnepanelen naast de zonnepanelen al aanwezig op het dak van het gebouw Coubertin. Regenwater? Bij het vervangen van verlichting, kiezen we voor LED-verlichting. Dit gebeurde laatst in de sportzaal en in de Magrittezaal. Dikke truiendag valt dit schooljaar op 11 februari. Hou ons in de gaten. Meer info over investeringen in gebouwen via https://sogetinformed.com/nl/information/investeer-je-woning.

Terug naar boven

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Het nieuwe jaar brengt ongetwijfeld nieuwe ideeën. Werkgroepen plannen de eerste vergaderingen van het nieuwe jaar. Bovendien krijgen alle collega’s en oud-collega’s van Leiepoort campus Sint-Hendrik, Sint-Theresia, Sint-Vincentius en het VTI de kans een fiets aan te kopen tegen een heel voordelige prijs. We zijn zeker dat dit project op heel veel bijval zal kunnen rekenen.

Het werk is niet af, integendeel! Acties, klein én groter moeten ons vooral bewust maken en houden en zorgen voor een mentaliteitsverandering bij onszelf, bij onze leerlingen en bij ieder die samen met ons school maakt. Op die manier kunnen we voor ieder bouwen aan een leefbare wereld, ook in de toekomst en de aanzet geven om dit te blijven doen.

 

Lees andere dossiers in DossierH

Leerstoornissen kunnen bij de inschrijving door de ouders gemeld worden. Er wordt wel altijd een neurologisch attest gevraagd om de leerstoornis te staven. Die leerlingen krijgen dan een persoonlijk handelingsplan aangeboden, zodat ze beter kunnen functioneren.

knop dossierhHenri is een leerling die, net als uw zoon of dochter, op zoek gaat naar houdingen, inzichten en vaardigheden om uiteindelijk doelgerichter en efficiënter te leren. Daarom volgen onze leerlingen in het eerste jaar drie interactieve werkwinkels. Daarnaast bieden we ook een infoavond voor leerlingen en hun ouders aan. Om een gezond evenwicht te vinden tussen school en ontspanning maken we doorheen het schooljaar ook tijd voor mindfulness en aandachtstraining.

 

Inhoud

Werkwinkels
Infoavond Jong-leren
Mindfulness
Feedbackgesprekken
 
dossier 13 8

 

Werkwinkels

Henri leert je organiseren

Op de eerste schooldag leren de leerlingen hun schoolwerk organiseren. Wat neem je (niet) mee in je boekentas? Hoe gebruik je je planningsagenda? Wat geef je welke plaats? Hoe plan je je leef-tijd en leer-tijd? De leerlingen gaan na schooltijd elke dag aan de slag met de BAWA-methode: boekentas leegmaken, agenda openen en plannen, werken en afronden. Ze gebruiken hierbij een vervoermap, aangeboden door onze school, om losse documenten mee te nemen naar huis of school.

Kortom, de leerlingen krijgen heel wat tips van Henri om het schooljaar vlot te starten. We verzamelen alle informatie uit deze werkwinkel in een overzichtelijke flyer die de leerlingen meekrijgen naar huis. Daarnaast zorgen enkele affiches in de klas voor visuele ondersteuning. Doorheen het jaar verwijzen de leerkrachten regelmatig naar deze affiches.

Henri leert je studeren

Tijdens een tweede werkwinkel leren de leerlingen een les instuderen aan de hand van twee casussen. Beide geven de uitdagende opgave om een fictieve toets Frans en een toets wiskunde voor te bereiden. Hierdoor leren de leerlingen enkele actieve leerstrategieën en controlemechanismen toepassen in een concrete, voor hen betekenisvolle, situatie. De leerlingen gebruiken een werkschrift, aangeboden door onze school, om actief te studeren: samenvattingen, schema’s, woordenlijsten, ezelsbruggetjes, oefeningen ... Opnieuw verzamelen we alle informatie uit deze werkwinkel in een handig naslagwerkje.

Henri leert je examens voorbereiden

De leerlingen gaan tijdens een derde werkwinkel aan de slag met onze handige infobrochure ‘Henri leert je examen voorbereiden’. Hoelang studeer je voor elk vak? Wat neem je (niet) mee naar een examen? Hoe verdeel je de tijd bij het invullen van een examenbundel?

We zijn er van overtuigd dat Henri heel wat praktische examentips met de leerlingen kan delen en hen kan laten groeien in hun leren. Zo kunnen de leerlingen met een gerust gemoed naar hun allereerste examenperiode gaan.

Terug naar boven

 

dossier 13 10

 

Infoavond Jong-leren

Vanuit onze overtuiging dat ouderbetrokkenheid zeer belangrijk is, bieden we jaarlijks een gratis infoavond aan over leren leren onder de titel Jong-leren. We werken hiervoor samen met Eekhout Academy. Het interactieve programma wordt gebracht door een duo dat al heel wat gejongleerd heeft in het onderwijs: Sylvia Van Loo (UIT-ZICHT) en Peter Van Dycke (Eekhout Academy). Met het programma Jong-leren brengen ze op een interactieve manier inzicht, uitzicht en praktische tips voor een betere aanpak van het schoolwerk.

Jong-leren geeft een antwoord op twee grote vragen: 

  • Hoe pakt een leerling het schoolwerk (nog) beter aan? 
  • Welke rol kan een ouder spelen bij het schoolwerk van zoon of dochter? 

Terug naar boven

 

dossier 13 11

 

Mindfulness

We leven in een wereld vol prikkels en voor tieners is het niet steeds eenvoudig om zich in een leercontext te focussen. Om hieraan te werken, volgen onze leerlingen in het eerste jaar trainingen in mindfulness: leren loslaten, leren focussen, leren ademen. We werken hiervoor samen met Itam, Institute for training of attention and mindfulness.

De trainer die de sessies op onze school verzorgt, de heer Jean-Paul Derveaux, leert de leerlingen verschillende technieken om een gezond evenwicht te vinden tussen school en ontspanning. Hij leert de leerlingen hoe je je beter kan concentreren en hoe je stabiel kan blijven in tijden van stress. De leerlingen komen tijdens de sessies volledig tot rust, hun aandacht gaat naar hun lichaam.

Daarnaast bieden we een voordracht over mindfulness aan voor ouders. De directeur van Itam, de heer Björn Prins, behandelt verschillende thema’s. Wat is het? Waar komt het vandaan? Hoe werkt het? Is het geschikt voor jongeren? Wat kunnen en mogen we van deze techniek verwachten? Tijdens een introductie kunnen de aanwezigen zelf experimenteren met een oefening en komen ze alles te weten over hoe onze school mindfulness aanbiedt aan de leerlingen.

Door hiermee te starten in het eerste jaar kunnen we binnen enkele jaren een school zijn waarin alle leerlingen, van het eerste tot zesde jaar, attent zijn voor hun mentale rust en welk effect dit heeft op hun studeren.

Terug naar boven

 

dossier 13 13

 

Feedbackgesprekken

Om de leerlingen te helpen groeien in hun leerproces en hen te ondersteunen bij het bijschaven van hun studiemethode, organiseren we na elke examenperiode feedbackgesprekken tussen de leerling en de klassenleraar. De leerlingen bereiden dit gesprek zelf voor door na het laatste examen een feedbackdocument in te vullen. Hierin reflecteren zij over het verloop van de voorbije examenperiode.

Samen met de klassenleraar overloopt de leerling dan het rapport en wordt er gekeken wat er al zeer goed liep en waar er nog verbetering mogelijk is. Wij hopen dat de leerlingen daarmee dan aan de slag gaan tijdens het volgende trimester.

Terug naar boven

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Lees andere dossiers in DossierH

knop dossierh

Sint-Hendrik groeit. Zo luidt de slogan op de banner aan de Gentstraat 60. De vlag dekt in dit geval ook wel de lading. De laatste jaren werd er op onze site grondig verbouwd en gebouwd.

 

dossier11 gentstraat

 

Kapel

Uiteraard staat het hele kapelproject nog in ons geheugen gegrift. Onze kapel werd in 2017 prachtig omgetoverd in een multifunctioneel gebouw. De aula magna biedt plaats aan ruim 220 personen, met aangrenzend een ruime polyvalente ontvangstruimte, atrio. Bovenaan is er dan nog plaats voor twee schitterende godsdienstlokalen en een zeer stemmige bezinningsruimte. Onze kapel is een mooi voorbeeld van herbestemming, waar het functionele gekoppeld is aan het esthetische.

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Sanitaire voorzieningen

Op onze school komen dagelijks ruim 1100 leerlingen en 120 personeelsleden over de vloer. We hebben dan ook de sanitaire voorziening  moeten uitbreiden met 25 nieuwe toiletten aan de Magrittezaal. 
Verder bouwende we naast de sportloods (kant Dierenkoststraat) twee kleedruimtes en een bergruimte, zodat deze zaal optimaal kan gebruikt worden, ook door verschillende sportclubs buiten de schooluren. De zaal zelf werd voorzien van een nieuwe sportvloer.

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Eos

Tijdens de voorbije zomervakantie werd het gebouw Eos, waar onze eerstejaars gehuisvest zijn, grondig aangepakt: ramen, plafonds, verlichting, computers, beamers, alles gloednieuw in elk van deze 10 klassen. Het was een spurt om alles tegen 3 september nog geschilderd te krijgen, maar we denken dat onze eerstes ervaren dat ze hier zeer hartelijk welkom zijn.

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Schoolrestaurant

Nog tijdens deze vakantie werd de keuken aangepakt. De toestellen werden vernieuwd en de eetzaal kreeg een totale upgrade. Leerlingen kunnen voortaan elke dag in het zelfbedieningsgedeelte een keuze maken uit een drietal hoofgerechten en krijgen nadien de kans om groenten uit een heel gevarieerd en gezond aanbod naar believen bij te nemen. Voor een zeer democratische prijs krijgen onze leerlingen een lekkere en gezonde maaltijd in een eigentijds kader. In de Magrittezaal kunnen de leerlingen zoals voorheen hun boterhammetjes opeten of een broodje kopen. Ook hier werd ingezet op veel groentjes en fruit. 

Vorig jaar voorzagen we de ingang van het restaurant reeds van een glazen uitbouw. Deze constructie, glassroom, laat toe dat de leerlingen beschut kunnen aanschuiven voor de maaltijden.

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

 

Gentstraat

En de plannen lopen verder. Het eerstvolgende dossier zijn nieuwe ramen in het oudste gebouw Leieoever. Tegelijkertijd zitten we met de architect samen om ons nieuw aangekochte huis (Gentstraat 60) vorm te geven. Onze groeiende school heeft nood aan extra ruimte. In het aangekochte huis zitten fietsenstalling, bergruimte, sanitaire voorziening voor de fietsers en vier ruime klaslokalen in de pijplijn. Wij hopen daar op korte termijn de verbouwingswerken te laten starten.

 

Joomla Gallery makes it better. Balbooa.com

Lees andere dossiers in DossierH

 

Ceci n’est pas un dossier H

Dossier K - beeldende kunst op Leiepoort campus Sint-Hendrik

Inleiding

We toetsen een school vaak op de overgedragen kennis. Wat weten kinderen, wat kunnen ze? Maar de algemene ontwikkeling van de hersenen is minstens even belangrijk.
Mark Mieras, wetenschapsjournalist en gespecialiseerd in de hersenen, stelt dat kunsteducatie broodnodig is voor het (kinder)brein. Kunst leert kinderen om hun creatieve capaciteiten te ontwikkelen. Terwijl leerlingen tekenen, leren ze ook kijken. Leren musiceren, is ook leren luisteren.
Maar het allerbelangrijkste: kunst leert leerlingen om te experimenteren. Als je niet bereid bent om fouten te maken, zal je nooit in staat zijn iets nieuws en origineel te bedenken. En dat is net hetgene wat onze leerlingen zullen moeten kunnen in een almaar vlugger veranderende maatschappij. Nieuwe producten ontwikkelen is leren inventief zijn, leren spelen in hun hoofd. Meer nog dan vandaag het geval is. Het is dus belangrijk dat wij hen leren om flexibel in het leven te kunnen staan. Het worden mensen die zichzelf een leven lang zullen blijven ontwikkelen en kunst is daarbij een essentieel spel om te overleven.

Inhoud

 

ANDERE DOSSIERS IN DOSSIERH

      

          

          

INHOUD

1. Wat is CLIL?

2. Waarom CLIL bij ons op school?

3. Welke strategische doelstellingen verwezenlijken via CLIL?

4. Welke lestechniek te gebruiken in een CLIL-les?

5. Hoe evalueren?

6. Waar CLIL bij ons op school?

7. Hoe en wanneer kiezen: tijdspad CLIL Leiepoort Sint-Hendrik?

 

1. Wat is CLIL?

Content and Language Integrated Learning (CLIL) is een vorm van meertalig onderwijs waarin bepaalde lesinhouden of niet-taalvakken worden onderwezen via een bijkomende instructietaal.
In Vlaanderen definiëren we CLIL dan als een werkvorm waarin het Frans, Engels of Duits als instructietaal wordt gebruikt om een niet-taalvak te onderwijzen.
De leerling ontwikkelt zo kennis over de instructietaal én competenties in die taal en in het niet-taalvak.

[Terug]

 

2. Waarom CLIL bij ons op school?

De motivatie van de school om de stap naar CLIL-onderwijs te zetten, wortelt in het groeiende besef van taalvaardigheid in de huidige maatschappij.

België zelf is drietalig en kennis van meerdere talen is dus een must om buiten Vlaanderen te kunnen communiceren. Brussel is tevens de hoofdstad van Europa, wat wil zeggen dat het verhogen van de taalvaardigheid van de leerlingen een vereiste is om mee te draaien op internationaal vlak. Onze school ligt echter in een landelijke omgeving, waardoor onze leerlingen weinig mogelijkheden hebben om dagdagelijks in contact te komen met anderstaligen. En toch speelt de school een grote rol in het verwerven van talenkennis.

Daarnaast blijkt uit de internationalisering van het hoger onderwijs dat talenkennis steeds belangrijker wordt, ongeacht de studierichting. Wij zijn een ASO-school, erop gericht de doorstroom naar het hoger onderwijs voor onze leerlingen te faciliteren. De bedoeling is onze leerlingen klaar te stomen voor een verdere studiecarrière waar steeds meer lessen in het Engels worden gegeven en steeds meer academische teksten in het Duits, Frans of Engels worden aangeboden. Zo zijn onze leerlingen meteen ook beter voorbereid op internationale uitwisselingsprojecten zoals Erasmus en geven we hen een basis mee die onmiddellijk bruikbaar is in het buitenland. Deze basis bestaat niet enkel uit woordenschat en grammatica, maar vooral uit spreekdurf, een competentie die niet toevallig extra wordt gestimuleerd in het CLIL-onderwijs.

CLIL is ook een mooie aanvulling op de jarenlange ervaring die onze school heeft met taalprojecten.

Zo gaan de leerlingen van het tweede middelbaar drie dagen op taalstage naar Namen en worden de leerlingen van het vierde jaar drie dagen ondergedompeld in een Engels taalbad in Londen. Bovendien organiseert de school ook taaluitstappen voor de andere jaren. In het derde jaar gaan de leerlingen een dag op stap met een Franstalige gids in Rijsel, in het vijfde jaar krijgen ze één dag taalopdrachten in Parijs en in het zesde jaar wordt hetzelfde gedaan voor Duits tijdens de uitstap naar Keulen. Verder krijgen onze leerlingen van de bovenbouw ook enkele native speakers op bezoek. In het eerste semester is dit een Engelstalige native speaker en in het tweede semester een Franstalige. We nodigen ook ieder jaar een Engelstalige toneelgroep uit op school om een stuk te spelen voor onze tweede- en derdejaars. Ten slotte organiseert de school ook jaarlijks ‘de week van de Franse film’. Elk leerjaar krijgt tijdens die week een Franse film te zien die voor- en achteraf wordt besproken in de les.

We willen ook het CLIL-traject integreren in ons talenbeleid.

De school ontwikkelde een strategie om de relatie tussen alle taalvakken te versterken. Dit kan onder andere door afspraken rond taalkundige terminologie en timing van leerstofonderdelen.
Nog ruimer zijn er vakoverschrijdende afspraken gemaakt rond bijv. evaluatie van spelling in elk vak. Er is een strategie voor zorgverbreding, met o.a. steunlessen Nederlands, Frans en Latijn, versterkings- en verdiepingslessen Frans en een gestructureerde dyslexiewerking.

Er is een specifiek talenbeleidsplan voor anderstaligen, een individueel begeleidingsplan per OKAN-leerling, een taalscreening voor anderstaligen en specifieke tips voor leerkrachten die lesgeven aan anderstaligen.

Er zijn de taaltoetsen voor alle eerstejaars. Aan de start van ieder nieuw schooljaar wordt immers een signaleringsdictee bij alle leerlingen van het eerste jaar afgenomen. Op die manier kunnen we de leerlingen met moeilijkheden tijdig uitnodigen om gerichte steunlessen te volgen.

[Terug]

 

3. Welke strategische doelstellingen verwezenlijken via CLIL?

Concreet hopen we met de CLIL-lessen niet alleen de specifieke woordenschat uit te breiden, maar de leerlingen ook vlotter theoretische teksten te leren lezen en beluisteren. Dit is wat ze in het hoger onderwijs ook zullen moeten doen. Verder beogen we vooral een grotere spreekdurf bij onze leerlingen. Mocht het project succesvol zijn, dan zou het geweldig zijn om buitenlandse taalstages te doen met de leerlingen.

Daarnaast geloven we in wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat bij leerlingen die CLIL-onderwijs volgen niet alleen de competenties in de doeltaal verhogen, maar ook de competenties voor het zaakvak en de algemene taalvaardigheid. We geloven dat het niet enkel een project is voor de sterke taalleerlingen, maar dat ook - en vooral - de onzekere leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen in een vreemde taal. Misschien durven we wel dromen van meer zelfvertrouwen in het algemeen. Als de leerlingen positieve ervaringen opdoen omdat ze iets nieuws hebben durven proberen, of omdat ze zich op onbekend - en misschien angstaanjagend terrein - hebben begeven, dan geeft hen dit misschien ook moed om op andere vlakken een minder gemakkelijke weg in te slaan.

Het CLIL-project past tevens perfect in ons streven naar het uitgebreider realiseren van enkele vakoverschrijdende eindtermen. Zo leren de leerlingen onder andere belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk brengen en kunnen ze de verwerkte informatie vakoverschrijdend en in verschillende situaties functioneel toepassen.

Tot slot willen we met CLIL onze leerlingen ook de beste kansen bieden in het Europa van morgen, waar talenkennis een noodzaak is geworden. Door de afstand tot vreemdetaalsprekers te verkleinen hopen we onze leerlingen op te voeden tot wereldburgers.

[Terug]

 

4. Welke lestechniek te gebruiken in een CLIL-les?

In essentie is het de bedoeling van een CLIL-les dat de leerlingen veel meer aan het woord komen dan de leerkracht zelf. Idealiter komen de leerstof en inzichten dus vanuit de leerlingen.

Dit impliceert dat de lessen zoveel mogelijk zullen bestaan uit activerende werkvormen. Klassieke woordenschat- of grammaticaoefeningen komen niet aan bod in een CLIL-les; het is enkel de bedoeling om de leerstof van het zaakvak aan te brengen. Voorbeelden van handige werkvormen voor een CLIL-les zijn ‘think, pair, share’, coöperatief luisteren, werken met expert- en basisgroepen en spelletjes zoals Waagstuk en Taboe.

De nadruk zal worden gelegd op het aanleren van denkstrategieën: ‘Hoe kan ik met een omweg iets duidelijk maken als ik het woord niet ken?’, ‘Waar kan ik zo snel mogelijk de vertaling van een woord vinden?’, ‘Hoe red ik me in het Engels zonder de hulp van de leerkracht?’ … Het doel is de leerlingen duidelijk te maken dat die vreemde taal geen struikelblok is, maar een handig middel om meer bronnen te kunnen exploreren en om zich internationaal beter uit de slag te kunnen trekken.

[Terug]

 

5. Hoe evalueren?

De evaluatie van de vakinhoud gebeurt op dezelfde wijze als voor de leerlingen die het CLIL-traject niet volgen. Overhoringen, taken en examens maken duidelijk of de leerplandoelstellingen voor het zaakvak bereikt worden.

Het spreekt wel voor zich dat we voor het testen van de vakinhoud in het Engels de vraagstelling op toetsen en examens zullen aanpassen. Een vraagstelling in het Nederlands is vaker een open vraag, waarop een uitgebreider antwoord wordt verwacht. De vraagstelling in het Engels zal eerder enkelvoudige antwoorden beogen of het halen van theorie uit teksten en casussen. Ook multiple choice vragen komen aan bod.

Centraal staat in ieder geval dat we de leerlingen feedback zullen geven over hun evoluties voor zowel de vakinhouden als de taal en dat we daarbij steeds zo motiverend mogelijk te werk zullen gaan.

De evaluatie van de taal zal niet uitgedrukt worden in punten of percentages, dit blijft het voorrecht van de leerkracht van het taalvak (i.c. Engels). We opteren voor een evaluatie die focust op de door de leerling gemaakte progressie en dit voor een reeks van parameters (spreekdurf, zelfredzaamheid en spreekvaardigheid). We hanteren hierbij een evaluatieschaal die gebaseerd is op zelfevaluatie en feedback van de leerkracht.

Wat de resultaten voor het CLIL-vak betreft, zal enkel rekening gehouden worden met de vakinhoud. Onvoldoende vooruitgang of mindere resultaten in het Engels kunnen nooit de reden zijn dat een leerling niet slaagt voor dat vak.  Wel kan de delibererende klassenraad adviseren om het CLIL-traject het volgende schooljaar niet verder te zetten. We houden steeds in het achterhoofd dat we het CLIL-onderwijs zien als een bijkomende kans. Het zal nooit als een argument worden gebruikt om een leerling zijn/haar attest te ontzeggen.

[Terug]

 

6. Waar CLIL bij ons op school?

Vanaf schooljaar 2018-2019 geven wij aan leerlingen van het vijfde jaar de kans om een niet-taalvak in het Engels te volgen.

Leerlingen van 5HUW kunnen ervoor kiezen gedragswetenschappen in het Engels te volgen. Bedoeling is wel in die drie uren gedragswetenschappen alternerend thema’s in het Nederlands en in het Engels aan te bieden. Zo krijgen de leerlingen gemiddeld één of anderhalf uur in het Engels les.

Leerlingen van moderne talen kunnen ervoor kiezen een uur esthetica in het Engels te volgen.

Alle andere leerlingen – dus niet de leerlingen van humane of moderne talen – kunnen ervoor kiezen twee uren geschiedenis in het Engels  te volgen.

Het mag duidelijk zijn dat elke leerling vrij kiest of hij of zij het niet-taalvak in het Engels wil volgen. Indien nodig, zal dus het niet-taalvak ook in het Nederlands worden aangeboden.

De lessen CLIL worden gegeven door leraars die natuurlijk beschikken over de nodige kwalificaties om die lessen in het Engels te mogen geven.

Na grondige evaluatie is het mogelijk dat het aanbod van CLIL in de toekomst wordt uitgebreid naar andere jaarschijven, naar andere niet-taalvakken en naar andere instructietalen.

[Terug]

 

7. Hoe en wanneer kiezen: tijdspad CLIL Leiepoort Sint-Hendrik

Op de infodag van zondag 11 maart 2018 stellen we CLIL kort voor op een infobord in de taalklas.

Op de infoavonden studiekeuze voor vierdes – op dinsdag 20 maart voor klassen klassieke talen en op woensdag 21 maart voor de klassen economie, humane wetenschappen en wetenschappen stellen de leraars CLIL het project voor aan de ouders.

Op een infoavond CLIL op woensdag 16 mei nodigen we geïnteresseerde ouders en leerlingen uit voor een korte voorstelling van het project én voor een proefles esthetica, gedragswetenschappen en geschiedenis, in het Engels uiteraard. U zal als ouder en leerling de kans krijgen voor deze avond in te tekenen.

Elke vierdejaar ontvangt een keuzeformulier waarop hij of zij zijn of haar keuze duidelijk maakt en dit tegen dinsdag 22 mei. Het formulier bevat ook een engagementsverklaring die de leerling ertoe verbindt bij zijn of haar keuze te blijven voor een volledig schooljaar. Alleen de klassenraad kan beslissen dat een overstap noodzakelijk is.

We houden u verder graag op de hoogte via onze website leiepoortdeinze.be

[Terug]

ANDERE DOSSIERS IN DOSSIERH