• Current
free joomla slider

Waarom kiezen voor Latijn? 

“Het is zeker de moeite om Latijnse te kiezen, want je verwerft er inzicht dat je in vele andere vakken kunt gebruiken. Ook herken je in geschiedenis, Frans… elementen uit het Latijn. Zeker de moeite waard, mits wat inzet én doorzettingsvermogen.”(een leerling)

“Wat ik na 25 jaar nog steeds als het meest waardevolle van mijn klassieke middelbare vorming ervaar, belangrijker dan het feit dat deze mij in staat heeft gesteld om naar de universiteit te gaan en daarna een respectabele job uit te oefenen, is de manier waarop ik in dit leven, in deze wereld heb leren staan: met zin voor diepgang, nuancering en nauwkeurigheid, met respect voor de eigenheid van talen, culturen en mensen, met een onbevangen maar kritische houding tegenover het vele dat op ons afkomt, en, last but not least: met een groot gevoel voor wat mensen kan raken, schoonheid bijvoorbeeld, ja, vooral schoonheid!” (een leerkracht)

INZET VOOR EEN GEZONDE LEVENSHOUDING

Voor het vak LO beschikt onze school over een prachtige infrastructuur; een grote sportzaal, een sportloods, een turnzaal, een danszaal en een voetbalveld. In al deze zalen hebben we een ruim aanbod van klein en groot didactisch materiaal zodat heel veel sporten aan bod kunnen komen. 

Via het vak LO proberen we ook een gezonde levenshouding te propageren. 
Een positieve attitude tegenover fysieke activiteiten, positieve ervaringen met lichaamsbewegingen en het ontwikkelen van de motorische basiseigenschappen zijn een paar voorbeelden van de doelen die we nastreven. 

Jongens en meisjes worden gesplitst en krijgen in aparte groepen les, wat toch een groot pluspunt is op onze school! Op die manier kan er meer op eigen niveau gewerkt worden. Jongens kunnen conditioneel meer aan bod komen en meisjes kunnen vooral in dans/turnen op een hoger niveau werken. De verschillende talenten komen zo beter aan bod. 

Na de les is er mogelijkheid om te douchen. Naast een goede lichaamshouding, basisconditie… is lichaamshygiëne heel belangrijk. 

Over de middag is er mogelijkheid om deel te nemen aan diverse middagsporten.

Na de schooluren wordt het project “Sport na School” aangeboden.

Meer informatie over het SNS-project vind je op elo of kan je vragen aan één van de sportleerkrachten.

Grieks in de kijker

“Griek zijn” is vandaag niet zo evident. Ouders, vrienden, kennissen durven je wel eens meewarig aanstaren, wanneer je aangeeft dat je op school oud-Grieks studeert. “Latijn? OK, maar Grieks?” Je behoort bovendien tot een minderheid die steeds verder afkalft en op dit ogenblik ternauwernood 4% van de volledige schoolpopulatie uitmaakt. “Je moet wel gek zijn!”

De voorbije weken hebben tal van bekende Vlamingen een vurig pleidooi gehouden voor het behoud van het vak Grieks in het middelbaar onderwijs. Onze school sluit zich hier volmondig bij aan. We voelen ons in deze houding volop gesteund door de vele enthousiaste mailtjes van oud-leerlingen die hierin bevestigen hoezeer hun vorming door dit vak is bepaald!

Onderwijs heeft als voornaamste doel jongeren te emanciperen. Men moet de leerling niet in zijn leefwereld laten, maar hem juist in contact brengen met alles wat hem overstijgt: de tradities, de codes, de beproefde technieken, de meesterwerken. Dat is echte emancipatie. En hiertoe kan ook de studie van het Grieks een niet te onderschatten bijdrage leveren.

Als er een reden is om vandaag nog Plato of Sophocles te lezen, is het dat we op die manier een noodzakelijke discussie onderhouden met onze intellectuele voorvaderen. Neem Homerus. Wat we in de Iliasen de Odysseevoorgeschoteld krijgen, is meer dan een oud verhaal over strijd en bedrog. Wanneer we die boeken lezen, zijn we getuige van de geboorte van de westerse literatuur.

Het is daarvoor natuurlijk niet nodig dat we allemaal Grieks studeren. Maar we hebben wel een aantal mensen nodig die de originele teksten nog kunnen lezen, en het besef bij de anderen dat ze een beroep moeten doen op de kennis van deze mensen. Door onze afnemende kennis van de oudheid lijken we steeds het warm water te willen uitvinden. Neem nu zaken als voortplantingstechnologie of klonen. Fundamenteel gaan die over de vraag wat een mens is, en om die vraag te beantwoorden kunnen we bouwen op wat de denkers uit de oudheid daar al over dachten.

Homorechten zijn een mooi voorbeeld van iets dat door onze discussie met de antieken is ontstaan. Karl Marx schreef een doctoraatscriptie over de Griekse wijsgeer Epicurus en Freud haalde zijn ideeën over de menselijke psyche uit de toneelstukken van Sophocles. We móéten gewoon de klassieken bestuderen, anders snappen we niets van al wat daarna komt.

De zinvolheid van onderwijs in oude talen ligt in het bijbrengen van een habitus van traagheid en diepgang bij het lezen van moeilijke teksten, in het aanbieden van een literatuur en cultuur die ons tegelijk vreemd én vertrouwd zijn, die de Europese beschaving mee vorm hebben gegeven.

Dat is allemaal moeilijk meetbaar, en het nut niet echt aanwijsbaar, maar dat is nu net verfrissend in een klimaat waarin onderwijs steeds meer dienstbaar wordt gemaakt aan de noden van de markt. De les Grieks kan vandaag juist een kritische vrijplaats zijn, een weldadig ‘elders’ dat haaks staat op de waan van de dag en de terreur van ongerichte productie en blinde consumptie.

Vanaf de tweede graad bieden we ict-onderwijs op een systematische manier aan in de lessen informatica. Afhankelijk van de richting die gevolgd wordt, krijgen de leerlingen een verschillende volgorde van het lessenpakket. De richting economie moet immers eerder leren werken met rekenbladen dan de andere richtingen. Aan het einde van de tweede graad hebben alle leerlingen dezelfde materie gezien.

De onderwerpen zijn:

  • Op een probleemoplossende manier met toepassingsprogramma’s (zoals Word, Excel, …) werken.
  • Bronnen veilig, gericht en efficiënt exploreren en interpreteren.
  • Verwerkte gegevens doelgericht voorstellen.
  • Multimediaal materiaal aanpassen, hanteren en integreren.
  • Veilig en functioneel gegevens raadplegen en uitwisselen.
  • Hard- en software efficiënt beoordelen in functie van het gebruik.
  • Een document doeltreffend structureren en opmaken.
  • Een rekenblad doelgericht gebruiken.
  • Algoritmisch denken.

Binnen het vak godsdienst willen we in de eerste plaats onze leerlingen helpen om een eigen levensvisie uit te bouwen. Daarvoor willen we het christelijke verhaal op de voorgrond plaatsen, rekening houdend met de veelheid aan levensvisies in onze maatschappij. In het bespreken van (levens)vragen en tradities brengen we de christelijke visie aan, en gaat onze aandacht ook uit naar antwoorden die anders- en niet-gelovigen formuleren. Zo willen we jongeren in dialoog laten treden met zichzelf en met anderen. In het vak godsdienst leren we de leerlingen ook omgaan met de tegenstrijdigheden van het leven: liefde en haat, kwaad en vergeving, lijden, dood en toch hopen op... 

Bij dit alles trachten we zoveel mogelijk te vertrekken vanuit de leefwereld van de jongeren en de actualiteit (o.a. door in te spelen op campagnes en solidariteitsacties)…

We sluiten dan ook volledig aan op de nieuwe visietekst van de Vlaamse bisschoppen. Aanvullend nog een fragmentje uit deze visietekst:

‘Het onderwijs is niet alleen erop gericht om jongeren op te leiden tot vakbekwame en bezielde arbeidskrachten. Het beoogt tegelijk om jongeren te vormen tot verantwoordelijke en geëngageerde (mede)burgers. Het vak r.-k. godsdienst draagt daar in aanzienlijke mate toe bij. Vooreerst maakt het jongeren bekwaam om elkaars godsdienstige of levensbeschouwelijke achtergrond te kennen en ermee om te gaan. Het verhoogt hun (inter)levensbeschouwelijke competenties. Vervolgens bevordert het de maatschappijkritische reflex van leerlingen, evenals hun maatschappelijk engagement. Vanuit een christelijk mens- en wereldbeeld versterkt het hun sociaal-ethisch inzicht, verhoogt het hun weerbaarheid tegenover uitsluiting of onrechtvaardigheid, motiveert het hen tot mondigheid in het maatschappelijke debat. Tenslotte verruimt het vak r.-k. godsdienst het blikveld van de leerlingen voor de transcendente dimensie van het bestaan, voor de geestelijke waarden die het menselijk leven zin en betekenis geven, voor de symboliek en de inspiratie achter de mooiste verwezenlijkingen van de westerse cultuur, voor God en wat naar Hem verwijst. Het biedt weerwerk tegen de vervlakking waartoe onze vaak zakelijke en haastige samenleving kan leiden.’

(bron: De Vlaamse bisschoppen en de Erkende Instantie r.-k. godsdienst, het vak r.-k. godsdienst op het kruispunt van samenleving, onderwijs & kerkgemeenschap, 21 september 2017, p. 13.)

Minds are like parachutes, they only function when open

Thomas Dewar (1864-1930)

 

“We willen leren uit onze getroebleerde geschiedenis, maar hoe doen we dat het best? Een belangrijk richtsnoer: we vertrekken best van een kritische kennis van het verleden, het verleden dat weerbarstig en complex is. Alleen zo kunnen we jongeren voorbereiden op hun rol in het weerbarstige en meerstemmige heden.”
Maarten Van Alstein

Verleden, heden en toekomst

In het vak geschiedenis zoeken we met de leerlingen steeds naar de samenhang tussen verleden, heden en toekomst.

We proberen dit te doen door de leerlingen kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes bij te brengen. Ook al vertrekken we uit het verleden, altijd opnieuw maken we de link naar de leefwereld van onze leerlingen vandaag. We geven dus geen geschiedenis omwille van het verleden, maar geschiedenis gericht op de toekomst. 

Historisch vaardig worden

Het is belangrijk dat leerlingen antwoorden kunnen vinden op nieuwe situaties. Daarom zijn de lessen geschiedenis veel minder gericht op kennisoverdracht maar veel meer op het aanleren van vaardigheden als chronologisch ordenen, het verschil zoeken tussen continuïteit en verandering, het herkennen van samenhang. Leerlingen worden steeds vaardiger in het oplossen van problemen door het toepassen van kennis en inzichten. 

Recurrenties

Het verleden moet eerst geduid kunnen worden. De geschiedenisleraar zal met de leerlingen een probleem leren situeren in de historische context van tijd, ruimte en in het geheel van mogelijke vormen van sociaal zijn (socialiteit). We noemen dit in het vak geschiedenis het historisch referentiekader. 

Zo wordt het regelmatig terugkerende in het menselijk gedrag duidelijk. Dit gedrag kan door de leerlingen beoordeeld en afgewogen worden tegenover democratische en emancipatorische maatstaven zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. 

Om leerlingen te betrekken bij het verleden, het heden en de toekomst maken we in de lessen geschiedenis veel gebruik van historische en actuele bronnen, worden er verhalen verteld, en wordt er gediscussieerd of een rollenspel uitgeprobeerd. 

Omdat de wereld maakbaar is

Als we in de lessen geschiedenis proberen historisch bewuste burgers te vormen, dan is dat zeker niet waardevrij. We proberen de leerlingen vanuit onze lessen geschiedenis duidelijk te maken dat de wereld maakbaar is en dat ook zij mee de toekomst van onze wereld bepalen.

Nieuwe eindtermen vanaf 2019

De nieuw eindtermen geschiedenis zijn opgebouwd volgens deze vier funderende doelen:

  1. Historische fenomenen situeren in een historisch referentiekader;
  2. Kritisch reflecteren met en over historische bronnen;
  3. Tot beargumenteerde historische beeldvorming komen vanuit verschillende perspectieven;
  4. Over de complexe relatie tussen verleden, heden en toekomst reflecteren en deze duiden.

Deze doelen zullen doorheen de drie graden aan bod komen en verder versterkt worden.

In de studierichting Humane Wetenschappen staat de studie van mens en maatschappij centraal. De richting wordt in de tweede en derde graad uitgebouwd rond een aantal uitdagende vragen zoals: hoe worden jonge mensen zichzelf, hoe ontstaan relaties tussen mensen, hoe functioneert de samenleving ... 

De vakken Gedragswetenschappen en Cultuurwetenschappen zijn specifieke vakken in Humane Wetenschappen. In het vak Gedragswetenschappen wordt de mens als individu en als lid van de samenleving bestudeerd. In het vak Cultuurwetenschappen bestuderen de leerlingen cultuurfenomenen als uitingen van mens en samenleving. Zo maken ze kennis met onder andere economie, recht, media en kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen.

Leerinhouden tweede graad
  • Het kind in de samenleving
  • Een tijd van groei en verandering
  • Levenslang groeien!?
  • Interactie en gedrag
  • Relaties
  • Individu en organisaties
Leerinhouden derde graad
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn
  • Zelfkennis wetenschappelijk en voorwetenschappelijk
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
  • Met verschillen samenleven
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten

Tijdens de lessen worden de eigen ervaringen van de leerlingen geconfronteerd met inzichten uit de psychologie, de sociologie en de antropologie.  De leerlingen leren vraagstukken uit hun eigen leven en de samenleving op te sporen en er oplossingen voor te vinden via allerlei interpretatiekaders en verklaringsmodellen. Daarom krijgen ze regelmatig onderzoeksopdrachten op te lossen. Soms kunnen deze opdrachten volledig in het vaklokaal gemaakt worden. Via een snelle internetverbinding en naslagwerken kan heel wat opgezocht worden. 

Ieder jaar wordt er aan "veldonderzoek" gedaan, waarbij de leerlingen via enquêtes of interviews materiaal moeten verzamelen. De verwerking van de gegevens kan dan weer in het vaklokaal gebeuren. Voor dergelijke opdrachten staan er in het medialokaal 14 pc's ter beschikking waaraan telkens twee leerlingen kunnen werken. Naast het vaklokaal staat ook de taalklas met 26 chromebooks regelmatig ter beschikking.

In fysica gebruiken we de natuur als studieobject.  We nemen in het dagelijks leven continu natuurkundig verschijnselen waar.  We verzamelen gegevens over deze verschijnselen  en proberen hieruit een besluit te trekken. Waarom val je bijvoorbeeld naar beneden als je uit een vliegtuig springt?  Vaak moet, vooraleer we een besluit kunnen trekken, de waarneming door een proefneming aangevuld worden.  Kunnen we bijvoorbeeld de snelheid van een vallend voorwerp beïnvloeden door de luchtweerstand?  Proeven kunnen uitgevoerd worden door de leerkracht, maar je zal ook zelf aan de slag moeten gaan tijdens practica. Dit zijn momenten om wetenschappelijke theorieën te verduidelijken of zelf af te leiden. Het spreekt vanzelf dat je hierdoor een goed inzicht zal krijgen in de wijze waarop de natuur zich gedraagt en hopelijk ga je het vak fysica hierdoor ook boeiend en fascinerend vinden.

3e jaar

In het 3de jaar gaan we een groot deel van de tijd aan de slag met licht. Je zal zelf proefondervindelijk moeten zoeken wat er met het licht gebeurt als het op een spiegel, een lens, een bakje water, een prisma… terechtkomt. Het tweede belangrijk onderwerp handelt over snelheid en beweging. In het derde jaar staat ook de studie van de krachten op het programma. Je maakt kennis met de zwaartekracht en de veerkracht. We sluiten af met een onderzoek van de materie waarbij we vooral de studie van massadichtheid en temperatuur nader bekijken.

4e jaar

In het 4de jaar leer je de betekenis van arbeid en vermogen, want in de fysica heeft arbeid niet de betekenis van geld verdienen of hard werken.  Verschillende energievormen komen ook aan bod.  Als er in het jaar 2050 geen fossiele brandstoffen meer beschikbaar zijn, welke andere energiebronnen zullen we dan aanspreken?  Met de duikfysica plonzen we dan in de wonderbaarlijke wereld van de diepzee: we maken kennis met begrippen als hydrostatische druk, atmosferische druk en de gaswetten . Duiken is niet zonder gevaar! Met het hoofdstuk over de warmteleer sluiten we het 4de jaar heel hartverwarmend af!

5e jaar

In het vijfde jaar behandelen we 3 grote thema's: elektriciteit, magnetisme en kernfysica.

De eerste weken onderzoeken we aan de hand van proefjes wat elektrische lading precies is. Als we dit onder de knie hebben gaan we op zoek naar wiskundige methodes en formules die het gedrag van deze elektrische ladingen beschrijven.  

Daarna maken we de overgang van het begrip " elektrische lading" naar het begrip "elektriciteit". We leren, door een combinatie van practica en proefjes, wat elektrische stroom en spanning precies zijn. Daarna bestuderen we enkele dagdagelijkse toepassingen van elektrictiteit, gaande van een waterkoker tot een zekeringenkast.

Het tweede deel start met enkele experimenten met magneetjes. We leren hoe we met elektrische stroom zelf magneten kunnen maken, vervolgens zoeken we uit hoe we het omgekeerde kunnen doen: elektrische stroom maken met behulp van magneten. De leerstof wordt hier weer aangebracht met veel demonstratieproeven. Na het experimentele werk onderzoeken we ook hoe we de magnetische verschijnselen wiskundig kunnen modelleren. 

In het derde deel, de kernfysica, gaan we naar de diepste geheimen van de materie: de atomen en atoomkernen. We leren waaruit atomen bestaan en leggen uit hoe kernenergie wordt opgewekt. De welbekende formule van Einstein  E = mc2 wordt hier duidelijk! Ook de maatschappelijke problemen in verband met de kernenergie worden niet uit de weg gegaan.

6e jaar

In het zesde jaar maken we in het vak fysica kennis met de wondere wereld van de mechanica of bewegingsleer.

In een eerste deel bestuderen we de kinematica. Dit is de wiskundige benadering van bewegingen: de eenparige rechtlijnige beweging, de versnelde en vertraagde bewegingen, de vrije val, de verticale en horizontale worp en tenslotte de eenparige cirkelbeweging. 

De studie hiervan is experimenteel. In het eerste semester zijn er een aantal practica: eenparig rechtlijnige beweging, eenparig versnelde beweging, vrije valbeweging, de studie van de horizontale worp. Als er nog tijd is, gaan we werkelijk de remafstand van een fiets meten en het verband met de beginsnelheid onderzoeken. 

De practica dienen vooral om onderzoekscompetenties aan te leren. De onderzoeksopdrachten worden in groepjes van maximaal drie leerlingen uitgevoerd. Er wordt veel belang gehecht aan een degelijke verslaggeving. De verslagen worden gemaakt in WORD en EXCEL.

In een tweede deel staat de dynamica of krachtenleer op het programma. Drie eenvoudige wetten van Newton worden aangebracht en uitgebreid geïllustreerd. Iets moeilijker wordt het wanneer de drie wetten tezelfdertijd toegepast worden. De wetten van Newton uit de 17de eeuw maken het ons nu mogelijk om te reizen in de ruimte. Er wordt bestudeerd hoe de beweging van de zon en de planeten aan die eenvoudige maar geniale wetten gehoorzamen. We geven ook antwoord op vragen als: wat is gewichtloosheid; een appel valt, de maan ook, maar waarom valt de maan niet op ons hoofd; welke snelheid moet een satelliet hebben om in een baan om de aarde te blijven?

Een derde en laatste deel gaat over harmonische beweging. Enkele harmonische bewegingen worden gedemonstreerd. Voor een goed begrip kunnen we niet zonder een wiskundige beschrijving van deze harmonische beweging. Als voornaamste toepassing behandelen we de geluidsleer met o.a. waarom en hoe we ons moeten beschermen tegen overmatige geluidsniveaus.

In de loop van het tweede semester werken de leerlingen aan een open onderzoeksopdracht. Het onderwerp wordt bij voorkeur door de leerlingen zelf gekozen. Hier moet voldaan worden aan een eindterm: geheel zelfstandig een wetenschappelijke onderzoeksopdracht kunnen uitvoeren.